Casteren ligt midden tussen de acht zaligheden: Netersel, Hulsel, Reusel, Duizel, Eersel, Steensel, Knegsel en Wintelre (Wäntersel).

(*) Foto's uit
Het kerkdorp Casteren in vroeger jaren.
M.J.C. Hurkmans
Kempische Boekhandel, Retie

(* nr.35) De kerk en de pastorie, toen ze pas gebouwd waren, in mijn jeugd zagen ze er ouder uit.
Op de weg lagen kinderkopjes en de man op de fiets leefde vast al niet meer.

Ik herinner me vooral het Maria-altaar, links voor in de kerk, waar ons moeder vaak ging bidden.

Ik moest een keer 'ne kerbonaaaj naar de pastorie brengen, dat was de gewoonte als je een varken had geslacht. Ik herinner me de deur en de huishoudster nu nog!

 

De rijvereniging, onze vàdder moet er ook ergens tussen staan.

Ome Kees Ansems.

(* nr.86) Roel Maas in "de winkel".

Ik had een gipsen spaarpot, een hondje met een hondenhok, daar zat de gleuf in. Ik heb een keer stiekem de spaarpot ondersteboven gehouden en er een heleboel munten uit geschud. Daar mee ging in naar Roel Màs en kocht er snoep voor. Het was veel meer dan ik had verwacht en veel meer dan ik op kon. Het grootste deel heb ik toen maar in 'ne slóót meej moos (vieze zwarte drap) gegooid.

Maar het kwam toch uit.

(* nr.13) Geert van Gompel bezig met het inkorten van de horens van een koe. De horens werden toen nog niet standaard weggebrand, maar alleen ingekort als ze anders in het hoofd van de koe groeiden of bij koeien te wild met hun horens stootten.

Ik herken hem niet, maar ik heb Girt de Smet nog aan het werk gezien in zijn smidse, ik meen me een blaasbalg met een elektromoter te herinneren, die het vuur moest laten oplaaien. Zijn smidse was wel véél donkerder dan die op deze foto.

(* nr.10)
Geert van Gompel bezig met hoeven kappen.


Ik mocht kleine stukjes karbiet gaan halen bij Girt de Smed om te knallen met kleine maggi-blikjes. Dat mocht, dus ik neem aan dat het niet echt erg gevaarlijk was. Maar wel spannend! Op het stukje karbiet tuffen, vlug het dekseltje op het blikje, goed aanduwen! en dan een lucifer bij het gaatje aan de onderkant. Bam!!

(*nr.62) Jan en Janus Hendriks bezig een varken te slachten. Dat zijn ze bij ons in de haaj ook nog komen doen. Het varken moest eerst een paar dagen op de leer blijven hangen en dan kwamen de slachters terug om het varken in stukken te zagen en kappen en snijden.
Ik heb nog meegeholpen om worsten te draaien, in de darmen van het varken zelf, nadat die goed schoongemaakt waren.
Van de kop werd zult gemaakt. Die zult bakte ons moeder elke dag voor onze vàdder als ontbijt, nadat hij de koeien gemolken had.

3

Pauze tijdens het binnenhalen van de graanoogst. Wie de vrouw is weet ik niet, verder meen ik te herkennen: ome Nol, Ome Wim, Bert Bleijs, onze vàdder en Fried Snor.

Over Friet Snor wil ik nog een anekdote vertellen: Friet en Norriske en hun zuster woonden met z'n drieën in hun boerderijtje, zelfvoorzienend. Fried was een keer bezig te helpen bij het werk in de Landschotse hei. Daar was veel werk, de grond was nog maar net ontgonnen. Om een uur of tien kwam Norriske aangelopen vanuit Casteren, zo'n vijf kilometer. Hij liep naar de wagen waarop Fried de garven aan het opstapelen was. Hij gooide iets omhoog, riep "Där!" (daar!, pak aan) en zonder verder iets te zeggen draaide hij zich om en liep weer terug naar Casteren. Hij was de boterhammen komen brengen, die Fried vergeten was.

Ons moeder en kinderen die ik niet herken aardappels aan het rapen. Zo te zien gerooid met een vorentrekker achter de tractor, zelf in elkaar gelast, zoiets als op het plaatje.

Nog iets heel anders over de Landschotse hei: er lagen her en der (onder andere langs de Ir. van Meelweg zoals onze straat later genoemd werd) betonnen bommen, soms waren de glazen buisjes met fosfor nog heel. Het was heel spannend die buisjes kapot te maken: geweldige hoop rook kwam vrij met veel gesis. Onze Walther heeft zich nog eens flink bezeerd toen hij probeerde zo'n bom zo te draaien dat het buisje aan de bovenkant kwam.

3