Juffrouw Sien (Castelijns) op de kleuterschool was mijn allereerste juf, zó lief. En toch ben ik één keer heel opstandig geweest. Ik weigerde koppig te doen wat ze zei. Ik herinner me die hele heibel nog steeds heel goed, het gevoel van recalcitrant zijn, ik "doe het niet", en "jij kunt mij lekker niet dwingen". Waarover het ging? Geen idee.

Op de grote school waren drie klaslokalen, in elk lokaal één leerkracht, die moest dan aan twee klassen lesgeven.
Juffrouw Gonnie (Castelijns) (niet op de foto) had de eerste en de tweede klas. Zij was óók zo lief en van haar heb ik leren lezen en schrijven, met van die ouderwetse lange lussen. Terwijl wij letters en woordjes over moesten schrijven, legde zij véél interessantere dingen uit aan de tweede klas. "Niet mee zitten luisteren Flip, kijk in je eigen schrift!" Dat schrijven ging niet goed.
Maar toch: zij heeft mij leren lezen en schrijven! Dat is de basis voor alle theoretiese kennis.
Veel later, toen we al op de Ir. van Meelweg woonden, kwamen er "jong jufkes" van de kweekschool, daar hadden die modern leren schrijven, zónder lussen. Dat lieten zij ons ook doen, dat was heel verwarrend. Netjes schrijven was toch al niet mijn sterkste kant, van toen af werd het echt een puinhoop.
Die "jong jufkes" kwamen helemaal op de fiets uit Oirschot. Als de school uit was, moesten die dezelfde kant op als wij, richting Westelbeers (we waren al naar de Ir. van Meelweg verhuisd) en soms fietsten we een heel eind samen met die grote meiden. Dat voelde heel raar.

Meester Louwers (Laawers) van de derde en de vierde klas.
Van meester Louwers herinner ik me vooral dat hij een plattegrond van de klas op het bord tekende: de ramen, de vensterbanken met planten, de deuren, het schoolbord met het krijtbakje, alle banken met onze namen erbij en de lessenaar natuurlijk. Daarna de hele school. En heel Casteren, alle huizen en straten en buurtschappen. En tot slot de hele Kempen, inclusief alle acht zaligheden en met Tilburg, Eindhoven en de Belgiese grens als afbakening. Toen hing hij de kaart van heel Nederland voor de klas. Dat was niet moeilijk meer, wij (ik in elk geval) konden kaartlezen. Hoeveel weken dat het in totaal duurde weet ik niet meer, maar zó heb ik Aardrijkskunde geleerd.
En dat je altijd bij de ervaring van de leerlingen moet beginnen.

Meester van Gool van de vijfde en de zesde klas staat ook niet op de foto.

Nota bene: de meesters werden bij hun achternaam genoemd, van hen kenden we de voornaam niet; de juffrouwen werden altijd bij hun voornaam genoemd, zonder achternaam!

Niemand valt het op, maar ik geneerde me verschrikkelijk voor dat witte driehoekje van die onderbroek die langer was dan mijn korte broek.